Reageren?

Ah! sociaal‎ > ‎

Sekte

De hele geschiedenis van de steinerschool laat een spoor van asociaal gedrag na, waarin intriges met daarbovenop intimidatie en bedreigingen niet ontbreken. Dat klinkt misschien ongeloofwaardig, maar de feiten zijn er wel.

Feit

In een Amsterdamse school kwam het in 2009 zover dat tussenkomst van de politie gerechtvaardigd was. Een aantal ouders wilde de leraren uit de klas duwen en had ook het schoolbestuur bedreigd. De crisis was ontstaan toen de groep ouders zich verzette tegen de kwaliteitsverbetering van het onderwijs op de basisschool. Een insider had het in de krant over orthodoxe ouders die het plan van de school om beter taal- en rekenonderwijs te bieden om zeep hadden geholpen. ‘Het recht op slecht onderwijs is succesvol bevochten. Dit is de Taliban’[1]

Dat kan gebeuren wanneer, zoals de steinerschool het graag breed uitsmeert, ouders en leraren samen school maken. We hebben hier te maken met antroposofische fundi’s, mensen die zich richten op (te) hoge idealen en klaarblijkelijk compleet doorslaan wanneer hun dromen uit het zicht verdwijnen. Uitzonderlijk is wat in die Amsterdamse school is gebeurd niet. Opvallend is wel dat het bekend raakt. In andere gevallen waarbij dreiging en intimidatie meespelen, blijft dat binnenskamers (net vanwege die dreiging). De insider die de pers te woord staat, heeft het over Taliban. In figuurlijke zin, vanzelfsprekend. Bedoeld wordt waarschijnlijk iets in de strekking van gevaarlijke extremisten of fundamentalisten. Een vreemde associatie is het wel, want ik zie de mensen die zich in de antroposofische beweging ophouden niet dadelijk overgaan tot georganiseerde daden van fysieke terreur. Volgens mij zijn ze vooral verbaal sterk en zullen eerder via die weg hun onvrede uiten. En ja, vaak hoor je dan de zogenaamde fundamentalisten, bekend om hun tirades tegen al wat hen niet zint.

'We moeten ontsekten'


Geregeld zijn critici het mikpunt van spot en laster. Deze houding brengt met zich mee dat zowel de steinerschool als de antroposofische beweging door de jaren heen in de hoek van de sekten zijn gezet. Men heeft zich vanuit antroposofische zijde steeds met hand en tand tegen dit imago van sekte verzet. Terwijl gaan intern wel stemmen op dat de beweging zou moeten ‘ontsekten’. De wetenschap dat een ingewijde aan het publiek komt vertellen dat er acties worden ondernomen die doen denken aan een terreurorganisatie zoals de Taliban, lijkt een lange weg van ontsekten te voorspellen. Er is nog heel veel werk te verrichten.

Of de steinerschool in aanmerking komt voor de betiteling ‘sekte’ kan worden nagegaan aan de hand van kenmerken van een sekte: inpalming of de mate waarin men een meer of minder belangrijk deel van zijn leven, denken en handelen door de wereldbeschouwing laat bepalen; groepsvorming en de mate van wederzijdse controle die de groepsleden op elkaar kunnen uitoefenen; hiërarchie en de mate van macht die de leidende figuren op de volgelingen kunnen uitoefenen, inclusief de mogelijkheid tot straffen en het verwekken van angst; het hebben van een charismatische leider; afzondering van de wereld en de omgeving; afzondering van familie en vroegere vrienden, werkkring, enzovoort; de leden van de groep kunnen ervan overtuigd zijn dat ze een apart statuut van 'uitverkorenen' hebben; ze menen bepaalde informatie te hebben, of bepaalde dingen te kunnen, waarvan ze menen dat andere mensen die niet hebben of kunnen; geslotenheid voor informatie en de mate waarin het contact met de media en met kritische of alternatieve informatie wordt verbroken; irrationalisme van geloofsovertuigingen en het hebben van overtuigingen die in strijd zijn met algemeen aanvaarde of wetenschappelijk onderbouwde opvattingen; de mate waarin de leden van de groep intense pogingen aanwenden om nieuwe leden te werven. Zijn die kenmerken niet herkenbaar wanneer we naar de steinerschool kijken?

Excuses in overvloed

Hoe graag steineradepten het anders zouden willen zien, de steinerschool blijft allesbehalve een voorbeeld van hoe een samenleving kan worden ingericht opdat ze waarlijk sociaal kan worden genoemd. In de jaren dat ik erbij betrokken ben geweest en ik regelmatig de vraag heb gesteld hoe het kan dat een beweging die zo veel mensen herbergt die menen de waarheid in pacht te hebben, er een zodanig zootje van kan maken, oriënteerde het antwoord zich voornamelijk richting het sociale. In de meeste gevallen klonk het alsof er tal van excuses werden bovengehaald om het asociale karakter van de steinerschool te rechtvaardigen: ‘Het is een sociaal experiment; vergelijk het met een sociaal laboratorium; een sociale impuls brengt altijd conflicten met zich mee; uiteindelijk zijn de leerlingen toch heel wat socialer dan die van reguliere scholen; echt samenwerken in vrijheid is moeilijk; mensen die in een vorig leven vijanden waren komen elkaar in hun huidige reïncarnatie tegen in de steinerschool en moeten hun problemen uitklaren; …’

Overtuigend is het allemaal niet, maar wanneer het overtuigend genoeg verteld wordt, zou men geneigd kunnen zijn om het als antwoord te accepteren. Aan de problemen verandert het weinig: het asociale verdwijnt niet door het te vergoelijken. En het is overvloedig aanwezig. 

Parlementair onderzoek

Een zich van de samenleving distantiërende mentaliteit zoals men die kan waarnemen in de antroposofische beweging komt het sterkst naar voor in het werk van haar vurigste bepleiters. Door het gedeeltelijk prijsgeven van hun gedachten laten antroposofen zien hoe groot de kloof is tussen antroposofische en normale of gangbare denkbeelden. Onder andere deze distantiëring is een van de oorzaken dat de steinerschool vaak als sekte wordt gekenmerkt. In principe is daar niets mis mee. Het woord sekte heeft strikt genomen een neutrale betekenis: een geestelijke stroming die afwijkt van een grotere waaruit zij is voortgekomen. De antroposofie is een van de theosofie afgescheiden geestelijke stroming. Vanwaar dan de gevoeligheid wanneer het woord sekte valt?

Toen in 1997 zowel de antroposofie als de steinerschool in België op de agenda stonden van het parlementair onderzoek met het oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de onwettige praktijken van de sekten, reageerde men binnen de steinerbeweging met algemene verontwaardiging. Die commissie gaf nochtans zelf aan dat de sekte in strikte zin op zich respectabel en verder zonder meer een normale toepassing vergt van de godsdienstvrijheid en de vrijheid van vereniging, zoals die door de grondrechten gewaarborgd worden. Schadelijk is een sekte pas wanneer ze de wet overtreedt en de fundamentele rechten en vrijheden van de mens aantast. Zolang een beweging zoals de antroposofische zich voor deze feiten niet veroordeeld ziet, kan ze zondermeer sekte worden genoemd. Bovendien: is het bij nazicht van de twee voorgaande citaten van Veltman ver gezocht om effectief te concluderen dat de steinerschool een sekte is? Veltman lijkt de juistheid van Vermeersch’ lijst van sektekenmerken op zijn eentje te willen bevestigen. Als een gevestigde waarde binnen de steinerbeweging erin slaagt om op slechts één pagina de termen ‘antisociale drift; geen goede samenlevingsvormen; spiritueel-christelijke cultuurimpuls; uitdaging aan de materialistische wereld; verzet vanuit de zogenaamd normale wereld; tegenkrachten; tweedrachtzaaiers; demonische wezens’ te verzamelen, moet men toch niet vreemd opkijken wanneer iemand concludeert: ‘Dat is potverdorie een sekte!’ Professor Betz, een fervent bestrijder van alles wat met kwakzalverij en pseudowetenschap te maken heeft, doet dat dan ook zonder omhaal.

‘…Een fundamenteel kenmerk van sekten is dat ze er steeds op uit zijn om hun leden zo volledig mogelijk in te palmen. De leden worden geïndoctrineerd, verliezen hun persoonlijkheid en worden afhankelijk gemaakt van de hiërarchie en het gezag van de sekte. Om dat doel te bereiken is een isolement van de rest van de maatschappij noodzakelijk. Dat wil zeggen dat de banden met de familie en vrienden zo veel mogelijk verbroken moeten worden. Maar ook banden met reguliere zorgverstrekkers en opvoeders worden tegengewerkt. Sekten hebben daarom ook vaak hun eigen scholen of ze stimuleren thuisonderricht voor de kinderen. Ook eigen therapeuten en eigen artsen zijn cruciaal in die isolatiedrang.

Een prachtig voorbeeld van hoe sekten beslag leggen op alle facetten van het leven van hun leden, is de antroposofie … De antroposofen hebben ook hun eigen scholen, de Steinerscholen, die gebruik maken van de pedagogische ideeën van Steiner. De uiteindelijke doelstelling van zo’n school zou zijn dat het kind zich kan ontplooien tot een ‘vrij individu’. Daar kan je natuurlijk weinig op tegen hebben. Maar de middelen om tot dat doel te komen, doen ons de wenkbrauwen fronsen … Typisch voor sekten, en bij antroposofen in het bijzonder, is dat de zieke daarbij een schuldgevoel aangepraat wordt. Eigenlijk is het mensen hun eigen fout dat ze ziek worden. De primaire oorzaak van een ziekte ligt volgens antroposofen immers in het zielenleven. Hun ‘behandelingen’ worden dan ook gekenmerkt door biologische, spirituele en psychologische aspecten…’[2]

Ook Betz heeft het karmische principe van ‘eigen schuld, dikke bult’ opgemerkt. Hij wijst trouwens op iets anders dat wordt aangehaald wanneer er kritiek op de antroposofische beweging of de steinerschool komt: dat het een netwerk is waarin de vertegenwoordigers op verschillende gebieden werkzaam zijn: onderwijs, ziekenzorg, farmacie, enzovoort.

Dat was ook een van de conclusies van de ‘sektecommissie’ toen die in 1996 de antroposofie en de steinerschool behandelde. De commissie constateerde ‘vermenging van levensbeschouwelijke, pedagogische, medische en commerciële doelstellingen’. De voorzitter van de Belgische antroposofische vereniging gaf toe ‘dat het bij sommigen inderdaad zo kan overkomen, maar dat het helemaal niet verboden is om degelijke producten te commercialiseren’. De commissie kaartte ook aan dat de antroposofische beweging ‘over een volledig netwerk beschikt. Eerst is er een wijsgerige benadering van de psyche, dan de voorschrijver en ten slotte een onderneming die een product commercialiseert dat zowel psychische als fysieke moeilijkheden oplost. Het is een echt circuit’. De secretaris van de vereniging bracht hierop niet meer uit dan ‘dat dit inderdaad als een totaalproces kan worden beschouwd’. [3] Totaalproces? Natuurlijk! In Rudolf Steiners antroposofie heeft alles met alles te maken. Opvallend is dat de twee kopstukken van de vereniging niet weerlegden dat het om een circuit gaat. In deze context is een circuit volgens Van Dale een kring van toonaangevende personen.

Een waar netwerk

De commissie sprak echter van een netwerk. Wat zegt het woordenboek daarover? Op een net lijkend geheel: een netwerk van draden; (fig.) een netwerk van intriges; iemands sociale netwerk, alle mensen die hij kent en die hem ook kennen. We hebben, als ik de commissie goed interpreteer, te doen met een kring van toonaangevende personen die over een netwerk beschikt. En in netwerken ben je verstrikt voor je het weet. Vanuit Nederland ontving ik een getuigenis van iemand die jarenlang te maken had met zowat alles wat de ‘sektecommissie’ aanhaalde.

 ‘…Door mijn partnerkeuze destijds heb ik geruime tijd naast de antroposofische instelling Daidalos gewoond. Patiënten werden er behandeld voor diverse lichamelijke en geestelijke klachten.

Omdat een van de antroposofische artsen die er toen werkte mijn moeder met het antroposofische geneesmiddel Iscador tegen kanker had behandeld, werd mijn achterdocht gewekt. Naar mijn mening had deze arts mijn moeder nooit mogen behandelen met dit zeer omstreden en nooit op werkzaamheid bewezen middel en is ze niet tijdig naar de reguliere geneeskunde doorverwezen. Toen ik op zestienjarige leeftijd hiertegen in opstand kwam, werd ik op advies van deze arts door mijn stiefvader en een van zijn vrienden, ver weg van mijn zieke moeder, in België in een heilpedagogisch instituut voor verstandelijk gehandicapten geplaatst.

Met deze aanslag op mijn karakter en de uiteindelijk onnodig pijnlijke dood van mijn moeder in mijn achterhoofd, begon ik enkele jaren geleden de bewegingen in en rond Daidalos met veel interesse te volgen. Wat bleek: er werden patiënten misbruikt, gemanipuleerd en financieel uitgekleed. Het werd voor mij een lange en niet eenvoudige klus de buitenwereld bewust te maken van de wantoestanden die er plaatsvonden.

Op het moment dat twee slachtoffers in het televisieprogramma Twee Vandaag[4]  hun verhaal naar buiten brachten, kwam er schot in de zaak. Meerdere slachtoffers gingen zich na de televisie-uitzending melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Voor veel slachtoffers werd dit het begin van een langdurige, niet ongevaarlijke strijd, waarin de verantwoordelijken van Daidalos stellig alle bezwarende feiten bleven ontkennen. Tevens werden de al beschadigde slachtoffers flink dwars gezeten door deze lieden, die er alles voor over hadden niet door de mand te vallen.

De verschillende inspecties en rechtbanken hebben ondanks de geslotenheid en de afdekcultuur binnen de antroposofische beweging veel van de feiten boven tafel gekregen. De rechtbank sprak strenge veroordelingen uit, gevolgd door zware straffen en de instelling werd gesloten…’

 Als we het over een netwerk hebben, dan is dit een sprekend voorbeeld van draden die de landsgrenzen overschrijden. De antroposofische beweging is dan ook met recht internationaal te noemen, in al haar facetten. Het in het getuigenis aangehaalde financieel uitkleden kwam erop neer dat gezondheidswerkers royale schenkingen van patiënten aannamen, wat uiteraard onethisch is.[5]

Obscure transacties

Er zijn deontologische regels die bepalen hoe artsen en therapeuten met hun patiënten dienen om te gaan. In de eerste plaats professioneel. Behandelaars die extraatjes bovenop hun honorarium krijgen aangeboden, hebben de morele plicht om die te weigeren, omdat dat de professionele relatie kan vertroebelen. Die speelt zich af in de behandelruimte en daarvoor zijn vastgestelde honoraria bepaald. Normaal gesproken zou dit moeten voorkomen dat aan de patiënt, die zich als hulpvragende in een zwakke positie bevindt, absurd hoge bedragen worden aangerekend. Als arts allerlei schenkingen aannemen van een extreem dankbare patiënt, kan ervoor zorgen dat een relatie wordt opgebouwd die te vergelijken is met die tussen sektelid en sekteleider. De eerste wil zijn dankbaarheid voor bewezen diensten, maar voornamelijk om in de gunst te komen, ook uiten door giften aan de laatste.

Het sleutelwoord in al die obscure transacties van middelen is ontegensprekelijk: schenking: een woord dat ook in de steinerschool goed in de markt ligt (zie ook onder rubriek Geld).



[1] H. Van der Beek, Boze ouders nemen Vrije School over, Het Parool 11/03/2009

[2] W. Betz, Alternatieve geneeswijze en sektarisme: een stilzwijgend verbond, Skepp-colloquium over sekten, 05/03/2005

[3] Parlementair onderzoek met het oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de onwettige praktijken van de sekten en van de gevaren ervan voor de samenleving en voor het individu, inzonderheid voor de minderjarigen. Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, gewone zitting 28 april 1997

[4] Programma heet tegenwoordig Eén Vandaag

[5] Reportage Twee Vandaag, Inspectie onderzoekt Daidalos-kliniek, 13/10/2005