‘De strijd tussen wreedheid en tederheid die zich op het toneel van de geschiedenis afspeelde, speelt zich evenzeer af in de ziel van de zesdeklasser, thuis zowel als in de klas.’ Dit schrijft een steinerschoolleerkracht in het schooltijdschrift van de Rudolf Steinerschool Gent. Wat deze strijd zoal voor de ziel betekent mocht in 2009 een leerlinge van de Leuvense steinerschool aan den lijve ondervinden. In het kader van het vak levensbeschouwing mocht het meisje namelijk eens voelen hoe het strafrecht in de Romeinse tijd werd toegepast. Want in de steinerschool baseert men zich op culturele fylogenese, wat in enkele woorden wil zeggen dat het kind volgens steineradepten in zijn ontwikkeling de geschiedenis van de hele mensheid versneld doormaakt. De fase waarin een zesdeklasser (11-12j) zich bevindt zou dan overeenkomen met de Romeinse cultuur. Daarom had een Leuvense leerkracht met de volledige klas een aantal straffen uitgewerkt die zonder verpinken zouden worden toegepast wanneer iemand de regels zou overtreden. In het verzinnen van wrede straffen waren Romeinen trouwens heel sterk. Wat vond deze zesde klas steinerschoolromeinen zoal uit: het hoofd in een emmer ijskoud water steken, honderd keer de trap op en af lopen, een hele week ezelsoren dragen, drie minuten aan een rekstok hangen, en nog een aantal van die absurditeiten die het de leerlingen gemakkelijker zouden moeten maken om zich in te leven in de strenge tucht die ten tijde van de Romeinen heerste. Het spreekt voor zich dat een klas, vol elf- en twaafjarigen, amper kan wachten tot iemand de regels zal overtreden. Want er is in onze ziel nu eenmaal, hun leraren zeggen het zelf, een strijd tussen wreedheid en tederheid. Nu nog iemand vinden om op een ‘rechtvaardige’ manier deze wreedheid te kunnen uitleven. Zo'n bedenkelijke eer om de eerste veroordeelde te zijn komt bijvoorbeeld de hierboven aangehaalde leerlinge toe. Het meisje mag zich in de klas voor haar medeleerlingen, die naar Romeinse gewoonte een tribunaal vormen, komen verantwoorden (collectieve morele veroordeling). Ze heeft het namelijk gedurfd om in de lach te schieten toen een van de klasgenoten tijdens het spel een bal tegen het hoofd kreeg. Het verdict is eenduidig: schuldig. Strafmaat: honderd keer de trap op en af lopen. Wanneer het meisje haar straf voor de helft heeft uitgevoerd loopt het mis: van uitputting maakt ze een val en moet van pijn opgeven. De hele klas lacht. Maar de straf moet ze later dan maar uitvoeren: zo is het nu eenmaal bij Romeinen. Dat deze praktijk voor een tiener die aan het puberen is een dermate grote vernedering is dat die jaren van invloed kan zijn op zijn zelfvertrouwen komt blijkbaar bij steinerschoolleerkrachten die zo’n situaties ensceneren niet op. Wat nog het ergste van het hele gebeuren is: dat het hier niet gaat om een ideetje van een individuele leerkracht, maar wel om een methode die systematisch in steinerscholen wordt gehanteerd.Bij nazicht van relevante literatuur komt dit ook tevoorschijn. In Duitsland klapte een voormalig steinerschoolleraar en schoolpsycholoog uit de biecht in een kritisch-psychologische studie over de steinerscholen. Alhoewel het een meer dan twintig jaar oude studie is, blijkt ze nog niet aan actualiteit te hebben ingeboet. Daarom werd de studie in 2008 heruitgegeven. De auteur ervan, Fritz Beckmannshagen, vermeldt ‘dat het afschrijven van het bord, in de hoek staan, aan de oren of aan de haren trekken en de herinvoering van de lijfstraf oude koek is’. (Op deze site kwam het onderwerp straffen ook al aan bod). Beckmannshagen heeft het echter niet alleen over lijfstraffen. Wanneer kinderen niet gehoorzaam genoeg zijn, blijkt ‘collectieve morele veroordeling van een kind bijzonder werkzaam te zijn’ (voor de hele klas vernederd worden). Beckmannshagen vermeldt zelfs kinderen waarvan ‘de handen met plakband aan de bank waren vastgeplakt’. (1) Op de website van de steinerschool van Turnhout kunnen we dan weer lezen hoe belangrijk recht is voor zesdeklassers.
En dat de beleving van de Romeinse cultuur in de zesde klas van de steinerschool een vaste waarde is weet zo goed als iedereen die iets met steinerscholen te maken heeft. Voor wie het nog niet weet: Hans Peter van Manen, steinerschoolleerkracht en historicus schrijft in de leerlijn door het Vrije School-geschiedenisleerplan het volgende:
Maar ook het leerplan wereldoriëntatie van de steinerscholen kan ons iets bijbrengen
In het antroposofische tijdschrift Driegonaal werd twee jaar geleden het in steinerscholen als excuus voor onkunde gebruiken van de analogie van de Romeinse cultuurperiode met de ontwikkeling van een twaalfjarige als volgt omschreven:
De auteur geeft ook nog duiding bij dit stukje:
Het lijkt wel alsof men in steinerscholen met alle geweld de Romeinse geest van weleer wil ophalen. Of is het: de Romeinse geest met alle geweld ophalen? Als afsluiter nog een stukje ’inzicht’ van een steinerschoolleerkracht.
Noten: 1) Fritz Beckmannshagen: Rudolf Steiner und die Waldorfschulen. Eine psychologisch-kritische Studie, ed. J. Paul 2008 Zomereditie Vordenker.de, eerste uitgave Paul-Hans Sievers Verlag Wuppertal 1984 2) Hans Peter van Manen, De leerlijn door het Vrije School-geschiedenisleerplan (bijlage geschiedenissyllabus Hogeschool Helicon 2006) 3) John Hogervorst, Vrije scholen op de tweesprong, Driegonaal nummer 3/4 december 2007 4) Paul Barbé, Sprookjes, fabels, verhalen, mythen – voedsel voor kinderen in de onderbouw, De Mare – schooltijdschrift steinerschool Gent |
